post

Lente – fragment

Mijn moeder was bij de golfclub tegen een man van Greenpeace aangelopen. Willem. Een man met een snor. Ik haat snorren. Mijn vader had nog aan de beheerder van de golfclub gevraagd wat een man van Greenpeace eigenlijk op onze club deed. Hij bleek daar een heel hoge functie te hebben. Mijn moeder werd verliefd. Niet veel later stopte ik met het overmaken van mijn zakgeld naar Greenpeace. Mijn vader had gezegd dat het geld bij Greenpeace niet altijd terechtkwam waar het zou moeten.

Toen mijn vader ons huis verliet, had mijn moeder zich in de wc opgesloten omdat ze geen gedag wilde zeggen. Ik vloog hem om zijn nek, want ik wilde hem tegenhouden. ‘Als jij weggaat, ga ik gedragsproblemen vertonen.’
‘Lente.’ Mijn vader probeerde zich van me los te maken. ‘Je mag bij me langskomen zo vaak je wilt.’
‘Maar je bent nooit thuis.’
‘Daar ga ik verandering in brengen,’ zei hij.
‘Dat heb je al honderd keer gezegd. Als je vertrekt, ga ik expres onvoldoendes halen.’
‘Jij kan helemaal geen onvoldoendes halen.’ Hij aaide me over mijn hoofd. ‘Je bent nog nooit thuisgekomen met een cijfer lager dan een acht.’
‘Hoe weet jij dat? Je was er nooit. Je zat altijd op je werk.’
‘We gaan elkaar echt vaker zien. Dat beloof ik. En nu moet je me loslaten.’
‘Ik ga drieën en vieren halen en dan moet ik volgend jaar naar het vmbo en dan kom ik bij allemaal asociale kinderen in de klas. Dan raak ik aan de drugs en dan bellen er over een paar jaar twee politieagenten bij je aan omdat ze mij in de goot hebben gevonden met een overdosis.’
‘Ik bel je vanavond meteen op.’
‘Het was een vergissing van mama. Iedereen kan zich wel eens vergissen. Ze heeft er spijt van. Dat weet ik zeker.’ Ik klemde me nog harder aan hem vast. ‘Die man heeft een snor. Ik haat snorren. Dat weet jij ook. Je kan me hier niet met zo iemand achterlaten.’
‘Daar heeft je moeder voor gekozen.’
‘Je had vaker thuis moeten blijven. Denk je dat mama het leuk vond, altijd een lege plek in bed naast zich.’
‘Ik ga niet naar het andere eind van de wereld. Ik blijf in de stad wonen. Ook vanaf mij ben je binnen vijf minuten bij de zee. We kunnen er ijs gaan eten wanneer we maar willen.’
‘Mama kan naar die golfclub komen waar jij nu zit. Zonder die man. Dan beginnen jullie gewoon opnieuw.’
Mijn vader probeerde zich weer van me los te maken, maar ik bleef hem net zolang vasthouden tot ik hoorde dat er in de wc werd doorgetrokken. Toen liep hij naar zijn auto en kwam mijn moeder de gang in lopen. Ze deed de deur dicht en sloeg haar armen om me heen, maar ik rukte me los en rende naar boven. Naar mijn kamer.
Een uur later stond Willem voor de deur. Of we zin hadden om iets leuks te gaan doen. Madurodam of zo. In zijn snor zaten etensresten. Ik nam me voor om mijn ouders zo snel mogelijk weer bij elkaar te krijgen.